Sprongen:
Spot:
Ook bekend als 'Toe Loop' in het engels. Aanvang achterwaarts op de buitenkant van de rechter schaats. Vervolgens de punt van de linkerschaats in het ijs prikken en linksom roteren.
Flip:
Lijkt op de 'Spot', aanvang achterwaarts op de binnenkant van de linkerschaats en inprikken met de punt van de rechterschaats.
Lutz:
Vernoemd naar 'Alois Lutz', aanvang achterwaarts op de buitenkant van de linkerschaats en inprikken met de punt van de rechterschaats. Lijkt op de 'Flip' maar is moeilijker doordat het gewicht anders geplaatst is.
Salchow:
Vernoemd naar 'Ulrich Salchow', aanvang achterwaarts op de binnenkant van de linkerschaats. Vervolgens rechterbeen met een swing omhoog en naar voren brengen om zo de sprong en rotatie te starten.
Rittberger:
Ook bekend als 'Loop' in het engels. Vernoemd naar 'Werner Rittberger', aanvang achterwaarts op beide schaatsen met de linkervoet gekruisd voor de rechter. Waar bij andere sprongen het 'in het ijs prikken van de schaatspunt' of het 'swingen met een been' de schaatser helpt bij de sprong, moet de Rittberger volledig vanuit de heup gesprongen worden, de schaatser springt gewoonweg met gekruisde benen roterend omhoog.
Axel:
Vernoemd naar 'Axel Paulsen' is de enige sprong die voorwaarts gesprongen wordt. Hij eindigd echter wel achterwaarts en is daarom altijd een halve rotatie meer dan de overige sprongen. Aanvang is voorwaarts op de buitenkant van de linkerschaats. De enkele 'Axel' is dus anderhalve rotatie, dezelfde sprong met een halve rotatie heet een 'Waltz Jump' of een 'kadet'.

